Cebu & Bohol

Ons eerste hostel lag midden in het centrum van het drukke Cebu City. Vanaf het vliegveld werden we er door een vriendelijke taxidriver naar toe gebracht. Tijdens de taxirit zagen we direct dat het een typisch Aziatische stad was; vies en druk, héél druk. Geen één cm blijft onbenut,  je kijkt je ogen uit.

We bleven één nachtje in Tropical Hostel, heel tropical was het niet want het lag dus midden in deze vieze, drukke stad. Maar wel heerlijk geslapen in een koele kamer, prima!

De volgende dag hebben we rustig ontbeten en zijn vervolgens naar de pier gegaan om de boot naar Bohol te pakken. Bohol is één van de grotere eilanden van de ruim 7.000 eilanden die de Filippijnen telt. Het staat bekent om haar jungle, Chocolate Hills en tarsiers (“tarsiers?!?!” Hoor ik je denken… Later meer hier over)

Wij kozen er voor om de boot naar Tagbilaran te nemen, we hadden goede verhalen gelezen over deze kant van het eiland. Een ticket kostte 400 pesos pp en als je eenmaal binnen bent, moet je nog 75 pesos pp betalen voor bagage- en terminal fee, classic Asia 😉

Na een zonnig boottochtje van zo’n twee uur kwamen we aan in Tagbilaran, vanwaar we in een tricycle (schakelbrommer met aan de rechterkant een overkapt hokje met anderhalve zitplek, lekker knus) naar Loboc reden (400 Pesos). De driver vroeg ons waar we heen wilden en ons reactie was: Nuts Huts! (900 pesos voor double room met eigen badkamer) We hadden hier iets over gelezen in een blog dus maar even kijken. Een uur door typisch Aziatisch verkeer (toeteren, inhalen, zomaar afslaan en alles accepteren) namen we een afslag. Een bijna onbegaanbaar weggetje (3km) bracht ons bij een 274-treden-tellende trap naar beneden de vallei in. Deze trap was mooi, maar we hebben hem af en toe vervloekt. Buiten adem kwamen we aan bij de receptie waar een mevrouw ons, thank God, vertelde dat ze nog een kamer vrij had. De ligging van Nuts Huts is magisch, midden in een jungle van gigantische bananenbomen, palmbomen en allerlei andere knalgroene begroeiing wat regelrecht van de set van Jurassic Park lijkt te lijkt te komen. Om het geheel af te maken, stroomt er een brede rivier langs en hoor je de typische jungle geluiden dankzij de vele krekels, apen en vogels.

Na de eerste nacht in ons houten hutje besloten we op de scooter (500 Pesos/dag) de omgeving te verkennen. De eerste stop was de Tarsiers sanctuary. Kleine primaten die met uitsterven worden bedreigt door vooral het kleiner worden van zijn natuurlijke habitat. Kleine beestjes ter grote van een vuist met kijkers die op een gevangenisbewaker niet zouden misstaan. De “Ahhhhh wat zoet!!” kwam er bijna niet uit omdat ons om totale stilte was gevraagd. De beestjes schijnen van onrust suïcidaal te worden. Wij hebben één nacht in de jungle doorgebracht en denken nog een reden van het uitsterven te hebben gevonden.

Onze volgende stop waren de ‘Chocolate Hills‘. En nee, dat is niet één van Willie Wonka’s uitvindingen maar een bijzonder natuurverschijnsel. Na wéér een lange trap te hebben beklommen, keken we uit over een landschap vol perfecte, ronde bergen. Deze bergen zijn van oorsprong koraalriffen, tot er land kwam en deze begroeid raakten met gras. In dry-season worden deze bergen bruin, hence the name Chocolate Hills.

Tussen de chocobergen door reden we richting Kawasan waterval. Een mooie waterval waar we de enige bezoekers waren. Na een verkoelende dip reden we terug naar Nuts Huts om de lange trap weer te trotseren en ons zelf vervolgens te trakteren op een welverdiend biertje.

De volgende ochtend werden we wakker met spierpijn in onze kuiten. We besloten om deze dag onze armen het werk te laten doen en huurden twee kayaks. We peddelden richting een mooie waterval, deze denderde extra hard die dag want er vielen die dag aardig wat heftige, maar verkoelende, tropische buien die zelfs Piet Paulusma niet zou kunnen voorspellen. Wat ook niemand had kunnen voorspellen, was dat Arjen z’n peddel door midden brak en Jelske de kayakrace heeft gewonnen (‘Omdat z’n peddel door midden was’ jajaaa).

De rest van de dag spendeerden we aan een hike naar het dorpje Loboc. Eerst werden we door het ‘veerpontje’ naar de overkant van de rivier gebracht. Dit veerpontje bestond uit een smalle kano met drie planken om op te zitten en een bamboeboomstam aan één kant om het ding drijvende te houden. Een soort van halve catamaran.

Tijdens deze hike liepen we door kleine jungle dorpjes en langs versgeplante rijstvelden, prachtig! In het dorpje was een tentje (internet circle) waar je kon internetten en daar hebben we een uur doorgebracht om het thuisfront te laten weten dat we nog in leven waren en de volgende dagen te plannen.

Op de derde dag in de jungle kwamen we er ook écht achter dat we in de jungle zaten: al twee dagen nat haar, alle kleding vochtig en die bikini wordt maar niet droog. Daarnaast geen wifi en geen pinautomaten, back to basic dus.

Daarnaast zijn de Filippijnen lang niet zo ingesteld op toerisme als de rest van Azië, van wat wij meegemaakt hebben dan. Vele Filipino’s zijn dan ook zeer verbaast om ons te zien en laten gerust alles uit hun handen vallen om ons eens uitbundig te bewonderen. Vrijwel iedereen groet je en als je iets vraagt, staat er direct een groep vrijwilligers klaar om je van, een zo volledig mogelijk, antwoord te voorzien. Geen addertjes onder het gras, geen geldwolven, geen kleine lettertjes… Gewoon lief en behulpzaam: we love it.

Next: onze avonturen in Moalboal

Advertenties

3 Reacties op “Cebu & Bohol

  1. In die paar dagen hebben jullie alweer heel wat beleefd en gezien, mooi om te lezen. Houd dat verslag schrijven vol!!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s