Sabai Dee!

Sabai dee!

Roos is weer vertrokken en wij zijn van plan ook weer verder te gaan. Het zat ons helaas niet mee. Jelske liep tegen hoofd- buikpijn aan maar na een dagje niet eten en uitzieken voelde ze zich iets beter en trokken we, gezellig in de local bus, verder via Chiang Mai naar Chiang Rai.

In het relatief rustige stadje besloten we de omgeving te gaan verkennen op een scooter. Voor 200,- bath (vijf euro) kregen we de scooter voor 24 uur mee. We besloten een natuurpark aan te doen waar een mooie waterval naar beneden zou kletteren. De weg erheen was alleen weggelegd voor echte coureurs, Jelske dus veilig achterop en stoere Arjen aan ’t stuur. Naast het genieten van de omgeving, het berglandschap en de opvallende culturen was het ook nog een hele kunst om de kuilen en hobbels te ontwijken. Het national park was een heuze jungle met meters hoge bamboo, smalle modderige junglepaadjes en kleine beekjes. Na een half uur door de jungle gewandele te hebben, konden we vanaf een hoog punt de waterval al zien. Wat een watergeweld! Onderaan de waterval leek het op een gesimuleerde horizontale regenstorm, en omdat de zon er op scheen was er een mooie regenboog te zien (de potten goud zijn nooit gevonden). Vlak onder de waterval stond een mooie rots en zonder al teveel na denken, besloot Arjen deze wel even te bestijgen. De weg naar de rots toe was al spectaculair en bij de Rots aangekomen kwam meneer erachter dat de rots bedekt was met algen, glad en glibberig dus! Maar omdat hij al zo ver was besloot hij het toch maar te proberen. De rots op ging vrij makkelijk. Even stoer poseren en daarna weer naar beneden. Dit bleek iets lastiger… Na een glijpartijtje kwam hij ongewild op de puntige rotsen onderaan terecht en bezeerde, de daarvoor nog zo stoere vent, zich. Jelske haar wonderkusje was genoeg om de pijn te vergeten en een beetje mank verlieten we weer het park.

image

Na het park besloten we nog maar even een tempel aan te doen; Wat Rong Khun, oftewel ‘The white tempel’. Dit gaat alle fantasieën te boven. De beste omschrijving is: Absurd! Op en top Kitsch. Links en rechts van het pad, om bij de tempel te komen, steken honderden handen de grond uit. Sommige dragen potten, anderen schedels en er is er zelfs één die zijn middelvinger opsteekt. Binnen in de tempel (normaal iets heiligs en moois) gaat het absurdheidsgehalte omhoog met schilderijen van Michael Jackson tot Neo (van the Matrix) en de Angry Birds. Nogal vreemd dus. Buiten hangen de bomen ook nog vol met vreemde dingen, bijvoorbeeld het hoofd van Batman, Freddy Kruger, Hellboy enz. Na deze insanity waren wel toe aan wat eten, van de lekkere Thaise cousine krijg je namelijk nooit genoeg!

image

image

’s Avonds op de nightmarket nogmaals genoten van alle Thaise culinaire hoogstandjes voordat we naar onze nieuwe bestemming zouden vertrekken: Laos!

In Laos wilde we graag naar Luang Prabang en dé manier om dit te doen is met een slowboat. Deze gaat, zoals de naam als zegt, niet heel snel maar het schijnt een prachtige tocht te zijn. De trip is in twee dagen verdeeld en ’s avonds overnacht je in Pakbeng. Het eerste deel van de reis verliep prima. Over de bruine Mekhong River, tussen de hoge bergen door en langs de jungle dorpjes waar de spelende kindjes je vrolijk toezwaaien.

image

Het dorpje Pakbeng was verrassend leuk. We hebben heerlijk Indisch gegeten en onze eerste Beer Lao genuttigd, lekker en heel goedkoop bier. De dag die volgde was minder. Het vertrek was om 8:30 uur en wij waren stipt op tijd. Maar er waren ineens 30 zitplaatsen minder. Vanuit Pakbeng wilden er waarschijnlijk locals mee naar Luang Prabang. Omdat weinig mensen, die redelijk voor hun tickets hadden betaald, het hier niet mee eens waren duurde het nog anderhalf uur voordat we daadwerkelijk vertrokken. Met de boot uiteindelijk helemaal volgepropt hadden wij een plekje achterin de boot, iets te dicht bij de motor. Deze herrie was de eerste tien minuten wel oké, maar voor de hele zeven uur is net even iets teveel. De toch zelf en de omgeving was gelukkig net zo mooi als de eerste dag! De boot zou ons gelukkig in het centrum van Luang Prabang afzetten omdat dit ook aan dezelfde Mekhong river lag. Dat gebeurde dus mooi niet. Zeven kilometer voor Luang Prabang werd de boot stil gelegd en moesten we eruit. De schipper wilde niet verder “want dat kon niet”. Vreemd genoeg stonden er genoeg tuktuks klaar om ons naar het centrum te brengen. Voor het vier dubbele van de normale prijs konden we naar het centrum gebracht worden. En omdat je in de middle of nowhere staat heb je geen keus. Gelukkig waren we er met tien minuten. Ach ja, that’s Asia.

image

Luang Prabang is een gezellig stadje met een grote nightmarket waar zelfs Arjen het langer dan 20 minuten kon volhouden. Lekker kopen dus! De volgende dag gingen we met een groepje richting de Kuangsi Waterfalls. Bij deze watervallen zat een sanctuary voor maanberen die gered waren van een levenlang mishandeling. De laatste maanden in Australie stonden een beetje in het teken van deze beren omdat Arjen hiervoor fundraisde en Jelske lid was geworden van WSPA en ook iedereen overtuigde om ook lid te worden! Mooi om te zien dat het geld ook daadwerkelijk goed terecht komt. We waren net op tijd om te zien hoe de beren werden vrijgelaten in hun grote buitenverblijf om vervolgens verschillende lekkernijen, zoals bananen en pompoenen, uit gaten te peuteren. De verzorgers hadden duidelijk hun best gedaan alles goed te verstoppen.

image

Na een half uurtje liepen we verder naar de watervallen. Dit was niet zomaar een waterval; hier en daar kwamen er watervalletjes naar beneden. Na een junglehike van 500 meter kwamen we aan bij de grote waterval. Waar bij de meeste watervallen het water recht naar beneden valt, kwam het bij deze waterval uit alle hoeken en gaten zetten, een mooi gezicht Door de limestone was de ondergrond stroef en als echte daredevils bestegen we de eerste paar treden, natte bedoeling maar heerlijk verkoelend in de Aziatische hitte! Na de grote waterval was er een kleiner gedeelte waar we een duik konden nemen en met een overhangende boom was de duikplank al snel gemaakt. Naderhand nog weer even langs de bear sanctuary gegaan om een shirt te kopen, zodat de beren genoeg te eten kregen.

image

image

Met een aantal mensen waar we ons slowboatavontuur mee gedeeld hadden gingen we die avond maar eens flink de bloemen buiten zetten. Eerst naar de bar Utopia. Een gezellige loungebar aan de rivier met naast de bar een mooi verlicht beachvolleybalveld. Na eerst een paar biertjes oogde dat volleybalveld erg verleidelijk en voor we het wisten stonden we op het veld. Na twee minuten spelen werd Jelske door het andere team beschuldigd proffessioneel volleybalster te zijn. De winst was dus ook al na twee minuten binnen. Om stipt 11 uur werden de lichten gedoofd met de boodschap; vertrekken. Helaas ging die leuke tent al vroeg sluiten. Gelukkig werd ons verteld dat er nog genoeg andere opties waren. Een van deze optie werd “the Bowling” genoemd. Een potje bowlen, waarom ook niet! In de tuktuk naar de bowling ontmoeten we nog drie Amerikanen: John, Jenny en Carter, typisch. We besloten met zijn negenen twee banen te huren. Op baan één de mensen van het slowboatavontuur (Argentijnse Duitser, Duitse Argentijn, een stelletje uit Baskenland en Arjen) en op baan twee John, Jenny, Carter en Jelske. Het begon allemaal leuk en aardig en bij iedere strike werd er groots feest gebouwd, “Hifive’s all around”. Maar na vier beurten zagen, op baan twee, de Amerikanen dat er gewonnen kon worden. Typisch als ze zijn, ging de “overlijkenmodus” aan en werd niemands strike meer gevierd behalve hun eigen. Bij de laatste beurt was het erg close. Jelske was als laatste aan de beurt. Acht kegels om was genoeg voor de winst waar nul kegels haar een vierde plek zou opleveren. Met deze balast liep ze op blote voeten (geen clownsschoenen in Azië) richting de loodzware ballen. Alle banen werden stilgelegd en iedereen was gefocused op haar eerste worp. Met een doodse stilte pakte ze haar favoriete, groene bal. Een korte aanloop, een zwaai naar achter, een zwaai naar voren en geluidloos liet ze de bal contact maken met de geoliede baan. Hij was onderweg, en hoe. Kaasrecht op de middelste kegel af. Met verlossend geklater had ze het voor elkaar gekregen, alle tien de kegels danste over de baan en geen één bleef overeind staan. Gejuich barstte los en John, Jenny en Carter keken verslagen toe. Gewonnen van de Amerikanen! Jelske was de nieuwe Bowling Queen!

image

Na een rustig dagje uitbrakken en visa regelen voor Vietnam besloten we onze tocht te vervolgen richting Vang Vieng. Deze plek staat bekend om het ‘tuben’. Men neemt een aantal toeristen, geeft ze allemaal een binnenband van een tractorwiel, rijdt ze een paar kilometer stroomopwaarts en laat ze achter met genoeg bier. De bedoeling is dan om in het zonnetje, in je tractorwielbinnenband de rivier af te dobberen. Deze sport is echter gevaarlijk. Jaarlijks komen er gemiddeld 20 mensen om tijdens het tuben. Uit nader onderzoek blijkt dit niet door het dobberen zelf te komen maar door de swings, slides en kabelbanen bij de velen bars langs de rivier. Uiteindelijk heeft iemand teveel gedronken, heeft iets spectaculairs in gedachte en beland (tijdens droogseizoen) in de iets te ondiepe rivier met alle gevolgen van dien. “Je kan je nek wel breken” zou mama zeggen en daarom hebben we het ook maar niet gedaan 😉 De regering van Laos kon deze slechte publiciteit ook niet echt gebruiken en heeft alles wat gevaarlijk was aan tuben verboden.

Dag één in Vang Vieng besloten we een scooter te huren om de omgeving even goed te verkennen. En dat hebben we gedaan, maar niet zonder slag of stoot. We begonnen met tanken. We vroegen om twee liter (normaal 2.- euro) maar hij zag dat we uit Nederland kwamen en rekende dus ook nederlandse prijzen, achja kan hij weer lekker eten vanavond. Na vier kilometer te hebben gereden, begon de scooter te zweven en nadat we deze langs de kant hebben gezet kwam we erachter dat we een vlakke band hadden. Gelukkig zagen we vlakbij een garage en die konden ons wel helpen dachten wij zo. Er werd nul Engels gesproken maar een keer wijzen was genoeg om ons probleem duidelijk te maken; plat! Ze repareerde onze scooter (met z’n vieren) en er was zelfs een hele nieuwe achter band nodig, nadat we de beste hoofdmonteur 4.- euro hadden betaald snelde hij er vandoor op zijn eigen scooter omdat hij waarschijnlijk genoeg verdiend had voor die dag.
We vervolgde onze weg zo’n tien kilometer de verkeerde kant op. Na een half uur durende correctie pakte we toch de juiste afslag en dit betrof een dirtroad. In jullie gedachte zien jullie een mooi stoffige weggetje langs rijst velden, dat plaatje is bijna correct maar deze weg was niet mooi en had elke meter een diepe kuil de je moet ontwijken, lekker slingeren dus. Met Jelske als navigator kwamen we er naar twee uur achter dat we verdwaald waren, we waren de plattegrond zelfs af gereden, oeps. Dan maar de locals vragen. Alle locals die we aantroffen in dat afgelegen dorpje hadden een verstandelijke beperking en konden ons dus alleen vol verbazing aangapen. Die blikken deden ons vermoeden dat hier amper toeristen kwamen. Uiteindelijk vroegen we “Vang Vieng?” en wezen we de kant op waar we vandaan kwamen en ons antwoord was een half knikje. oke, terug dus! We waren al een groot modderbad gepasseerd en we moesten hier weer langs. Jelske er eerst door heen om te kijken of het niet té diep was en vervolgens Arjen op de scooter. De scooter gleed alle kanten op na de twee keer deze lastige taak te hebben volbracht hadden onze motorfiets en onze benen een roodbruine modderkleur, stond wel stoer. Op de weg terug was er een kleine afslag en misschien was dit dan wel de goede weg. Met de wijzer van de benzine al in het rood besloten we de gok te wagen. Na een uur rijden langs de kleine dorpjes waar de kindjes je vrolijk begroeten met een grote glimlach en “Sa bai deeeee!” kwamen we weer terug in de bewoonde wereld.

image

Dag twee in Vang Vieng draaide ook uit op het huren van een scooter om de andere kant te gaan verkennen, dit keer vastberaden om niet te verdwalen. Zeven kilometer van het stadje bevond zich een mooie waterval en achjah, waarom ook niet. Deze was mooi maar één van de zoveel, dus na een plons te hebben genomen besloten we richting “The Blue Lagoon” te gaan. Na een uurtje hobbelen over een stenen weggetje kwamen we bij de blue lagoon aan met daarbij een mooie grot. Eerst even een kijkje in de grot en daarna een plons nemen. Het zwemparadijs deed ons denken aan het dodelijke tuben, er waren swings en platformen om het water in de springen, de ene nog hoger dan de ander. “Daar gaan wij vanaf springen” maakte Arjen even duidelijk. Jelske werd als eerste de ladder opgestuurd naar de àllerhoogste tak van de boom waar vanaf gesprongen werd. Halvewege de trap werd de hoogte haar al bijna teveel maar een paar kalmerende woorden en een zetje brachten Jelske naar het torenhoge platform; een glibberige tak met als houvast een dunne bamboostok. Met knikkende knietjes stond Jelske zeven meter boven het water, toekijkende mensen leken ineens op mieren en auto’s leken op speelgoedautootjes. “Nee” was het antwoord op een niet gestelde vraag. Maar een klein zetje was genoeg om Jelske naar beneden doen tuimelen. Dat was een grapje natuurlijk! Arjen gaf haar de aanwijzing dat een stap zetten genoeg was en dat de rest wel vanzelf ging. Dapper maar met in haar achterhoofd het artikel over dode dronken toeristen waagde ze de sprong. Eenmaal in de lucht was er geen weg meer terug, het vallen leek wel een uur te duren. Daarom besloot ze er na een half uur nog een strijdkreet (lees: gil) uit te gooien. Daarna een plons en weg was ze, om na een seconde in slow motion (zoals de zwemmers op de olympische spelen dat doen) al juichend boven water te komen. Met de borst vooruit nam ze haar applaus in ontvangst. Arjen kon nu ook met een gerust hart springen, het was diep genoeg.

Na twee dagen Vang Vieng reden we terug naar Luang prabang omdat we hier onze paspoorten op moesten halen. Deze lagen klaar bij het Vietnamese consultaat met daarin onze visums voor Vietnam. Na een nachtje in Luang Prabang besloten we richting Nong Kiaw te gaan. We namen een minivan en we vetrokken om 09.00 uur en de rit zou vier á vijf uur duren. Helaas stapten er twee uber Amerikanen in die erg luid waren, verschrikkelijk aan het opscheppen waren, pal achter ons zaten en het enige wat ze niet deden was stoppen met praten. Wat duurt zo’n reis dan lang zeg. Gelukkig kwamen we op onze bestemming aan en hoefde we het niet meer aan te horen, no way in het zelfde hostel! Na aankomst direct maar een restaurant opgezocht om een lekker hapje te eten. Na ons diner liepen we terug naar het guesthouse en onderweg stond er een bord met “only bar in town, free shots”. Wij zouden Jelske en Arjen niet zijn als wie hier niet even een shotje gingen proeven. De bar was erg leeg, maar onder het motto: Iemand moet de eerste zijn, gingen we zitten en bestelde een biertje. Na een heerlijk bananenwiskey shotje kwamen er meer mensen binnendruppelen, sommige uit dezelfde minivan en we kwamen er al snel achter dat iedereen dezelfde mening deelde over de luidruchtige Amerikanen. Het leek alsof wij ons er het minst aan hadden geërgerd van alle inzittenden.

De volgende dag in Nong Kiaw hadden we bij mr. Mong een waterfall tour geboekt. ’s Ochtends om 10.00 uur vertrokken we met de boot stroomopwaarts. Na een uur kwamen we bij een hill tribe viillage aan. Dit dorpje had sinds drie maanden stroom dat alleen tussen 09.00 en 22.00 uur werkte, dolblij dat ze waren! En wij zeuren al als de stroom tien minuten uitvalt. Verder waren de dagelijkse taken in dit dorpje; rijst uitspreiden om te drogen en daar de kippen en varkens bij vandaan houden. Goed om te zien dat ze een klein schooltje hadden waar de kinderen van het dorp wat geleerd werd. Het verschil in cultuur was dat de kinderen hier zelf konden kiezen of ze binnen les hadden of buiten aan het spelen waren. De meeste volgden gelukkig netjes de les, twee of drie kinderen volgden ons.

image

Na het dorpje wandelden we door rijstvelden, door jungle en volgden we een beekje stroomopwaarts naar een waterval toe. De natuur in Laos is schitterend mooi en we hebben duizenden vlinders in alle kleuren en maten kunnn bewonderen! Na een aantal kleine watervallen en wat geklauter, kwamen we aan bij het grote spectakel, weer een waterval. Hier konden we lekker onder douchen, een beetje zwemmen en vooral; afkoelen!

image

 

Na de zwempartij en een heerlijke lunch uit bananenbladeren vervolgde we onze weg terug naar de rivier om vervolgens de kayaks te pakken om terug te kayaken. Hier en daar een versnelling van de stroom maakte het aantrekkelijk tot we in de verte flink onstuimig water zagen, we pakte de stier bij de hoorns en namen het witte water met bravoure. Na het ergste gedeelt waren we beide doorweekt maar glunderden we als blije kinderen, “nog een keer, nog een keer”.
Toen we omkeken zagen we de andere kayak (waar een ander stelletje in hoorde te zitten) op de kop een. Een peddel links, een peddel rechts en twee personen klampte zich vast aan de kayak. Gelukkig overleefden ze het, alleen een pet was verloren gegaan en een zonnebril gesneuveld. Na het wilde kayakken zijn we rustig afgedobbert naar Nong Kiaw. Een mooie dag.

image

De volgende ochtend vertrokken we vroeg met een private boot via de Nam Ou River naar Muang Khua. Voor de local boot betaal je 12.- euro, maar omdat we zes andere backpackers hadden gevonden die dezelfde tocht wilden afleggen, konden we een private boat nemen voor 12,50 euro per persoon. Ze vertelden ons: Heel goedkoop en je stopt niet om andere mensen op te pikken en dat scheelt een uur reistijd. Nou dat klonk wel goed dus wij maar met de private boat. Na een half uur varen, stopte de schipper om iemand aan boord te laten. Ja hoor, daar gaan we. De boot was eigenlijk al vol en toen hij bij de tweede oever stopte om nog vijf mensen en 40 zakken rijst in te laden hebben we de schipper vriendelijk verteld dat dit eigenlijk niet helemaal de bedoeling was en dat we geen public boat waren. Een beetje schuldig voelde we ons wel maar met de veel voorkomende bootongelukken op deze rivier leek dit ons wel het meest veilig. Na vijf uur op de boat kwamen we in Muang Kuah aan. Een plaatsje dat alleen is gericht op toeristen die dit als tussenstop gebruiken. Na een lekker avondmaal vroeg op bed want we zouden erg weer vroeg uit gaan om de bus van 06.00 uur te pakken. De meneer van de toeristinformation vertelde ons dat deze soms om 06.00 uur vertrok maar soms ook om 11.00 uur, pleaseeee laten we niet voor niks zo vroeg zijn opgestaan! Gelukkig stond de bus om 6.00 uur klaar en vertrokken we mooi op tijd om 6:30 uur! Op naar de Vietnamese grens.

Laos heeft het meest vriendelijke volk dat we tot nu toe ontmoet hebben. Samen met de prachtige natuur en relaxte levensstijl maakte dit ons Laos avontuur tot een onvergetelijke tijd!

Untill we meet again!

image

Advertenties

3 Reacties op “Sabai Dee!

  1. Heeeee!wat een super mooi verhaal! En wat een belevenissen weer! Ik ben echt jaloers hoor!
    Hier gaat het leven ook maar gewoon door met de dagelijkse dingen! Zaterdag er lekker een weekje tussenuit met het hele gezin naar tunesie! Ik had je nog belooft foto’ s van ons mooie paleisje te sturen, maar ik vind het veel leuker als je het gewoon komt bekijkenijs e terug bent hoor! Wanneer komen jullie terug? Finne tijd nog daar! Dikke kus mij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s